Er wordt vaker ontwormd dan nodig is
Uit laboratoriumonderzoek blijkt dat maar liefst 90% van de ontlastingsonderzoeken bij volwassen honden en katten negatief terugkomt. Met andere woorden: in de meeste gevallen is er op dat moment dus géén actieve wormbesmetting aanwezig. Toch wordt er vaak preventief een chemische wormenkuur gegeven. Uit voorzorg. Uit routine. Omdat het altijd zo gedaan wordt.
Maar hoe weet je of ontwormen op dit moment écht nodig is? De meest logische stap is gericht testen. Met een ontlastingsonderzoek kun je vaststellen of er daadwerkelijk wormen aanwezig zijn en om welke soort het gaat. Zo voorkom je onnodige medicatie én kun je gericht behandelen wanneer dat nodig blijkt.
Een ontwormingsmiddel is medicatie. Het doodt aanwezige wormen, maar het biedt géén langdurige bescherming tegen een toekomstige besmetting. Wanneer er geen wormen aanwezig zijn, krijgt het lichaam wél de impact van de medicatie, maar geen voordeel van de behandeling. Dat is geen effectieve preventie. Een nieuwe besmetting kan alsnog kort na de behandeling ontstaan.
Bovendien kan frequent gebruik van ontwormingsmiddelen bijdragen aan resistentie bij wormen. Hoe vaker zonder noodzaak ingezet, hoe groter de kans dat middelen minder effectief zijn wanneer je ze écht nodig hebt.
Echte preventie begint in de darmen
Wat veel mensen onder preventie verstaan, is periodiek ontwormen. Maar echte preventie begint bij het versterken van de basis: een krachtig darmmilieu en een goed functionerend immuunsysteem.
In de darmwand bevindt zich een groot deel van de weerstand. De darmflora vormt samen met de darmwand een ecosysteem dat het lichaam dagelijks beschermt. Een chemische wormenkuur beïnvloedt dit ecosysteem en kan het verstoren. Goede bacteriën worden geraakt en de darm kan uit balans raken. Wanneer dit zonder noodzaak herhaald wordt, raakt het microbioom telkens opnieuw uit balans. En dat verzwakt precies het systeem dat je wilt beschermen. Een verstoord microbioom kan leiden tot:
- minder stabiele weerstand
- grotere gevoeligheid voor nieuwe indringers
- wisselende ontlasting
- huid- en vachtproblemen
Dat is het tegenovergestelde van wat je met preventie wilt bereiken. Daarom is het verstandiger om te investeren in een gezonde basis en medicatie alleen gericht in te zetten wanneer daar daadwerkelijk aanleiding voor is.
Zo maak je die basis dagelijks sterker
Voeding heeft directe invloed op het darmmilieu. Voeding met veel koolhydraten (zoals de meeste kattenbrokken) verhoogt de suikerbelasting in de darm en dat beïnvloedt de bacteriële balans. Wanneer die balans verstoord raakt, wordt de darmwand kwetsbaarder en daarmee vatbaarder voor indringers, waaronder wormen. Door te kiezen voor minder koolhydraten en een hoger aandeel dierlijke eiwitten, ondersteun je een stabieler darmmilieu en daarmee een sterkere natuurlijke weerstand.
Een gezonde darmflora vraagt daarnaast om gerichte ondersteuning. Met hoogwaardige pre- en probiotica versterk je het microbioom actief en help je de bacteriële balans optimaal te houden. Zo werk je dagelijks aan een sterke basis van binnenuit en dáár begint echte preventie.